Stapsgewijs werken de leden van de kennisgroep Bodem via de beoordeling van bodemkwaliteit toe naar maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Insteek van de kennisgroep is zoveel mogelijk behoud van bestaande organische stof door minimaliseren graslandvernieuwing en grondbewerking.
Er zijn demo velden ingericht om middels doorzaai van grasland de noodzaak tot graslandvernieuwing uit te stellen én door strokenteelt van mais in grasland minder organische stof te verliezen in de bouwland fase. De eerste resultaten geven aan dat doorzaai meer kiemplanten per m2 oplevert. Bij de maisteelt zijn verschillende grondbewerkingen toegepast. Het effect op het aantal regenwormen in de bodem is zichtbaar in onderstaande grafiek. Onderzoek heeft uitgewezen dat regenwormen voor een betere gewasopbrengst zorgen.

Grafiek_Bodemkennis_001_0Duidelijk is dat ploegen van grasland voor maisteelt de wormenmassa in één klap halveert, en dat de roterende bewerking van spitten nog meer regenwormen in stukken hakt. In de loop der tijd zullen meer gegevens bekend worden. De BEX-gegevens waren op de tweede bijeenkomst van 14 juni het vertrekpunt. Doel: “Als we 10% opbrengstverhoging hebben, zijn we tevreden.”

 

 

 

Graslandvernieuwing
Veehouders in de groep vragen hoe ze in de graslandvernieuwingsfase zo min mogelijk organische stof kunnen verliezen. Vaak wordt in deze fase nog één jaar maïs geteeld. In de bouwlandfase verlies je echter organische stof.“Ik wil graag dat de grasproductie ná de maïs het ook weer goed doet”. “Ik wil geen terugslag” en “Het gaat er niet om zo goed mogelijk maìs te verbouwen maar om zo min mogelijk organische stof te verliezen”. Deelnemers kunnen graslandvernieuwing uitstellen door het beter te onderhouden. Daarnaast kan worden gekeken naar manieren om graslandvernieuwing toe te passen met zoveel mogelijk behoud van organische stof.

Demo’s: doorzaaien, maìsstrokenteelt en (sloot)maaisel
Eind maart en eind april 2014 zijn de eerste demo’s aangelegd. Thema’s zijn: doorzaaien en maìsstrokenteelt. Met als doel zoveel mogelijk het huidige organische stofgehalte en bodemvruchtbaarheid te handhaven of te verbeteren. Ook is gevraagd om (sloot)maaisel als bodemstructuurverbeteraar in te zetten. Het waterschap is hierover met de provincie in overleg om te kijken in hoeverre een provinciale ontheffing tot de mogelijkheden behoort, zodat dit in de praktijk makkelijk gerealiseerd kan worden. Afgesproken is om de uitvoering van de demo’s zoveel mogelijk digitaal vast te leggen. Met behulp van foto’s en filmpjes kunnen de deelnemers ontwikkelingen volgen en kennis opdoen, zonder dat dit veel tijd kost.