VKA Resultaten KringloopWijzer 2013-2019

De rapportage gaat in op de resultaten van 157 deelnemende bedrijven die vanaf 2013 tot en met 2019 jaarlijks een correct ingevulde KringloopWijzer hebben ingediend. Wat valt na zeven jaar op, wat zijn belangrijke conclusies en waar liggen aandachtspunten? Hieronder worden enkele onderwerpen uit de rapportage kort toegelicht.

Bedrijfsoppervlakte stijgt, wel minder koeien en jongvee

Tussen 2013 en 2019 nam de totale bedrijfsoppervlakte toe, maar daalden de aantallen koeien en de jongveebezetting. De jongveebezetting was met 7,1 stuks jongvee per 10 melkkoeien het hoogst in 2014. In de jaren daarna hielden de bedrijven elk jaar relatief minder jongvee aan. In 2019 hadden de bedrijven gemiddeld nog maar 4,8 stuks jongvee per 10 melkkoeien. Enerzijds komt dat doordat bedrijven de jongveeopfok uitbesteden, anderzijds doordat in 2019 gemiddeld meer koeien per bedrijf werden gehouden.

Minder kg melk per ha, hoger % beweiding en stijging melkproductie

De bedrijfsintensiteit daalde tot 18.600 kg melk per hectare in 2019. De veebezetting uitgedrukt in GVE/ha daalde daardoor tot 2,3, hetzelfde niveau als in 2013. Net als in 2017 en 2018 steeg ook in 2019 het aandeel bedrijven die beweiding van de melkkoeien toepassen. In 2019 paste 78% van de bedrijven weidegang toe. In 2013 was dit 63%. De gemiddelde melkproductie per koe steeg in zes jaar met ruim 10% en lag in 2018 voor het eerst boven de 10.000 kg FPCM per koe.

Goede score stikstofbodemoverschot ondanks droogte

Vooral met wederom het droge jaar 2019 is het lage stikstofbodemoverschot van 113 een heel goede prestatie van de bedrijven. De deelnemers hebben na het extreme teeltjaar 2018 hun management aangepast in 2019. Ondanks de droge omstandigheden zijn er toch hogere opbrengsten gerealiseerd vergeleken met 2018 en is er minder kunstmest gebruikt. Dit resulteert in het lage stikstofbodemoverschot; dat is een compliment waard voor de bedrijven! Bijna 70% van de zandbedrijven wist in het ook droge jaar 2019 te voldoen aan de norm voor het toelaatbaar stikstofbodemoverschot.

Daling ammoniakemissie per ha

In de periode van 2013 tot en met 2016 werden de bedrijven steeds intensiever. Werd in 2016 de hoogste ammoniakemissie per hectare gehaald, na 2016 werden de bedrijven extensiever en daalde de ammoniakemissie per hectare tot het laagste niveau ooit: 56,4 kg per hectare in 2019.

Wat zijn aandachtspunten?

Sturen op re-gehalte in rantsoen

Het re-gehalte in de rantsoenen laat een stijgende lijn zien. Het niveau was in 2013 gemiddeld 154, en in het jaar 2019 zit dat op 164. Er is meer aandacht nodig om het re-gehalte in het rantsoen weer naar beneden te krijgen.

Aandacht voor bedrijfsspecifiek maismanagement

Snijmaïs is een belangrijk gewas voor de zandgronden in Oost Nederland. Het gewas draagt positief bij aan het optimaliseren van het rantsoen en verminderen van de ammoniak- en broeikasgasemissies. Anderzijds zijn stikstofverliezen bij de teelt een risico zeker nu de laatste jaren de stikstofbemesting op maisland toeneemt. Bedrijfsspecifiek maïsmanagement is daarom gewenst.

Fosfaatevenwichtbemesting realiseren

Het lukt veel bedrijven niet om fosfaatevenwichtbemesting te realiseren. Dit lijkt de laatste jaren zichtbaar te worden in gemiddeld wat lagere fosfaatklasses van de bodem. Fosfaatevenwichtbemesting is alleen mogelijk wanneer de bedrijven meer ruimte krijgen om dierlijke mest en kunstmest tegen elkaar uit te wisselen. Daarbij moet dan wel worden voldaan aan de nitraatnorm en de ammoniakemissie mag niet stijgen.

Inspelen op klimaatverandering

De verwachting is dat extreme jaren in de toekomst vaker voor zullen komen als gevolg van klimaatverandering. Er is meer aandacht nodig voor manieren om hierop in te kunnen spelen via bouwplan, gewaskeuze en teeltmanagement. Een direct gevolg van klimaatverandering is de ruwvoerteelt. Door de droogte waren de boeren genoodzaakt om (ruw)voer aan te kopen. Dit heeft een effect op de broeikasgasemissie afkomstig uit de aanvoerbronnen van het bedrijf.