RE gehalte belangrijke factor bij maaien

Het is inmiddels alweer half april en het maaien van de eerste snede komt daarmee langzaam in zicht. Sjoerd Roelofs van DLV legt uit wat de optimale omstandigheden zijn om te gaan maaien. “Naast het weer zijn de kunstmestgift en het ruw eiwitgehalte bepalende factoren om het juiste maaimoment te bepalen.”

“Om te kunnen maaien moet je natuurlijk vooral rekening houden met het weer”, begint Roelofs. “Over het algemeen ligt het maaien van de eerste snede rond 1 mei. Daarnaast zijn het moment van de kunstmestgift, het ruw eiwitgehalte en het drogestofgehalte belangrijke factoren om het juiste maaimoment te bepalen.”

 

Hoe krijg je als veehouder het gewenste eiwitgehalte en benutbaarheid in de graskuil?

“De bemesting zal op dit moment in de meeste gevallen uitgevoerd zijn. Het is van belang om straks het maaimoment te kiezen dat past bij de bemesting die is uitgevoerd. Er moet voldoende tijd tussen het moment van bemesten en het moment van maaien zitten: minimaal 6 weken tussen de laatste (kunst)mestbemesting en het maaimoment. Dan benut je de stikstof zo efficiënt mogelijk en geef je het de kans het om te zetten in het gewenste eiwitgehalte.”

Voorjaarsmeststoffen

De laatste jaren worden er voor de eerste snedebemesting voorjaarsmeststoffen gebruikt in verschillende soorten. Iedere soort heeft wel zijn eigen gebruiksaanwijzing qua toepassingsmoment.

  • Ureumhoudende meststoffen moeten het vroegst aangewend worden: 9-10 weken voor maaimoment;
  • Ammoniumhoudende (of combinaties van ureum/ammonium/nitraat) kan iets later: 8 weken voor maaimoment;
  • Ammonium/nitraathoudende meststoffen (Kas Zwavel): 5-6 weken voor maaimoment en de langzamerwerkende tussen de 2 en 4 weken eerder (dus 8-10) weken voor het verwachte maaimoment.

Het is de kunst om het gewenste eiwitgehalte in het gras te krijgen op het verwachte maaimoment.

Sturen in eiwitbenutting: kuil gras droog in!

  • Hogere DVE
  • Lagere OEB
  • Betere VEM/DVE-verhouding: meer makkelijk benutbaar eiwit

Bekijk ook de sheets voor nog meer informatie over eiwit van eigen land

Voorbeeld berekenen RE

“Een voorbeeld: ik heb de maaisnede bemest met 120 kg N uit drijfmest en kunstmest en ik wil graag 180 gram RE in de kuil, hoe kan ik dat realiseren? De verwachte piek qua maximale eiwit zal voor de eerste snede liggen, net voor of na 1 mei. Dit is op internet te volgen op diverse websites van de verschillende voerleveranciers (FF, de Heus, Agrifirm). Vanaf half april worden versgras monsters genomen en is de ontwikkeling van de drogestofopbrengst en eiwitgehalte te volgen.  Stel de piek ligt op 28 april op 240 gram RE, maar ik wil naar 180 gram.

De WUR berekende dat voor een maaisnede de eiwitdaling na de piek ongeveer 10 gram per twee groeidagen is. Als ik terug wil van 240 naar 180 gram, moet ik 60 gram zakken, oftewel: 12 groeidagen. Onderzoek laat zien dat in dit voorbeeld er gemiddeld verwacht mag worden dat er dan naar verwachting tussen de 3750 en 4000 kgds zal staan (een ds opbrengst die past bij het gekozen bemestingsniveau en het gewenste eiwigehalte). Op het moment dat je het verwachte maaimoment hebt bepaald kun je gaan kijken wat het weer gaat doen in de komende 10-12 dagen. Mocht de weersvoorspelling over 10 dagen te slecht zijn, kies dan liever een geschikt moment voor het optimale maaimoment dan erna. Ook voor de latere maaisneden is op die manier te sturen op het gewenste eiwit in de graskuil.”