‘Natuurinclusieve landbouw in de Achterhoek heeft veel potentie’

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Meer aandacht voor natuur-inclusief boeren is voor melkveehouders al met weinig kosten en inzet te realiseren, vindt melkveehouder André de Groot uit het Gelderse Laren. ‘Melkveehouders doen van nature al veel om de biodiversiteit te vergroten. Een strook bloemenmengsel of vlinderbloemigen in het weiland inzaaien is eenvoudig, maar levert veel op.’

De Groot is deelnemer aan het afgelopen jaar gestarte project ‘Samenwerken aan natuurinclusieve landbouw in de Achterhoek’ van VKA, LTO Noord, de Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek (VALA), Waterschap Rijn en IJssel en Natuurmonumenten. De VKA-deelnemer, die tevens vice-voorzitter en penningmeester van Coöperatie De Marke is, is al enkele jaren actief op het gebeid van natuur-inclusief boeren. Zo werkt hij al enkele jaren met klavers en luzerne in zijn graspercelen en vorig jaar zaaide hij op een veldkavel van 1 ha kruiden in. Dit jaar heeft hij voor 4 ha kruiden ingezaaid op een huiskavel om de koeien op te laten weiden. ‘Luzerne is goed voor de koeien en de luzerneplanten zorgen voor extra ruigte in het grasland. Ik zie weer patrijzen terugkomen. Dat is echt genieten.’ De Groot had vorig jaar 8.000 m2 bloemenranden en koos na de mais voor een wintergewas dat in bloei komt en dus insecten aantrekt. Op 12 ha grond zaaide hij gele mosterd en zonnebloemen in. Dit jaar zaaide hij 600 m2 akkerranden in en 2.000 m2 randen om zijn grasland-gruttomengsel. 

Besparing kunstmest

Maximaal zeventig boeren konden zich aanmelden voor drie verschillende trajecten van het project om zich verder te kunnen verdiepen in natuurinclusieve landbouw. Traject A is een eerste kennismaking met natuurinclusieve landbouw, traject B gaat in op het opstellen van een bedrijfsplan  voor natuurinclusieve landbouw en bij traject C ontwikkelen deelnemers ook een bedrijfplan voor natuurinclusieve landbouw en volgen ze de cursus ‘Natuurondernemer niveau 1’ bij Aeres Hogeschool. Samen met 20 andere deelnemers meldde De Groot zich aan voor traject C.
Hij is ervan overtuigd dat de sector in de toekomst steeds meer toegroeit naar natuur-inclusief boeren. ‘In de Achterhoek doen we van nature al veel op het gebied van het combineren van landbouw en natuur, maar het kan altijd beter. Biodiversiteit en bodemleven hebben bedrijfsmatig al wel mijn aandacht, maar met behulp van de opleiding zoek ik naar meer en betere mogelijkheden en wil ik graag van andere boeren leren. Ik geniet van bloeiende klaprozen op de kuil, de zoemende bijen en hommels in de bloemenmengsels en fazanten in de singels, maar wat ook telt is dat ik zie dat het inzaaien van kruiden door het grasland mij geen opbrengst kost. Het levert me zelfs een besparing in kunstmest op. In het voorjaar pas ik wel kunstmest toe, maar daarna niet meer omdat ik veel met klavers en luzerne werk, die de kumstmestgift overnemen.’
Dat natuur-inclusief boeren pionieren is, beaamt De Groot. ‘Door klein te beginnen, kun je ervaren wat er gebeurt. Als je klein wil beginnen, plant dan eens een singeltje aan, zaai eens wat vlinderbloemigen in in je weiland of een meerjarig mengsel op en om je kuilen. Het kost je niets extra, maar je doet echt iets goed voor de biodiversiteit. En het ziet er ook nog eens prachtig uit.’


Passie of ‘moeten’?

Gerjo Koskamp uit Halle was één van de initiatiefnemers van het project ‘Samenwerken aan natuurinclusieve landbouw in de Achterhoek’, dat dit najaar afloopt. Hij is tevreden over het enthousiasme waarmee de deelnemers in traject C aan de slag gingen met hun bedrijfsplan en de manier waarop ze deze bespraken in de groep. ‘Omdat alles digitaal was, betekende dit een extra uitdaging, maar het is ons goed gelukt om de diepgang erin te krijgen. Interessant was om te ontdekken waar deelnemers met natuurinclusieve landbouw aan de slag willen. Voor de één is het een passie, voor de andere een gevoel van ‘moeten’ en weer een ander voelt een druk vanuit de overheid. Ik merk dat er binnen de groep nu sterk de behoefte is om op elkaars bedrijven te gaan kijken. Op eigen initiatief is dit al gebeurd. De deelnemers stimuleren en activeren elkaar. De onderlinge wisselwerking is mooi om te ervaren.’
Koskamp noemt als voorbeeld de ervaring van André de Groot om op de kruidenrijk grasland minimaal te bemesten met kunstmest. ‘Andre gaat hiermee aan de slag en kan in de groep zijn ervaringen delen. Dat werkt  motiverend. Ik hoop dat de deelnemers straks écht achter hun eigen plan staan en de overtuiging hebben om tot actie over te gaan. Niet dat het alleen bij plannen maken blijft. Maar het enthousiasme in de groep is zo groot, dat ik ervan overtuigd ben dat natuurinclusief boeren een vervolg krijgt op de deelnemende bedrijven.’

Potentie natuurinclusieve landbouw

De Groot steekt naar eigen zeggen, ondanks zijn vooraf al opgedane ervaring met natuurinclusieve maatregelen op zijn bedrijf, veel op van de cursus. ‘De cursus bij Aeres leert mij ook over de grondkaarten om mijn bedrijf, grondwatertrappen en de geschiedeis van de bodem. Het maakt me nog bewuster. Het is interessant om met een groep boeren die meer toe willen werken naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering te sparren en ervaringen uit te wisselen en op elkaars bedrijf te kijken. Ook lijkt het mij wel interessant om de samenwerking met bijvoorbeeld Natuurmonumenten op Staatsbosbeheer op te zoeken. Natuurinclusieve landbouw staat in de kinderschoenen, maar heeft veel potentie en kansen.’ Koskamp beaamt dat, maar maakt de kanttekening dat in de bestaande structuren het lastig is om er als boer een interessant verdienmodel aan over te houden. ‘Daar is werk aan de winkel en daar wordt nu ook al over nagedacht.’ Omdat deelnemen aan dit project niet meer kan, wijst hij op de regeling waarbij boeren kosteloos een bedrijfsplan voor natuurinclusieve landbouw kunnen laten opstellen vanuit het Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland.  Klik hier voor meer informatie.