Waterschap Rijn en IJssel stelt vanaf dit jaar meer slootmaaisel gratis ter beschikking aan grondeigenaren om hiermee de bodemvruchtbaarheid van percelen te kunnen verbeteren. Dit aanbod is mogelijk geworden door het nieuwe maaibeleid van het Waterschap en de aangepaste landelijke regelgeving.

Met goede keuzes in landgebruik, bemesting en bodembewerking valt veel te winnen voor een vruchtbare bodem. In de praktijk zien we echter ook percelen die frequent als bouwland in gebruik zijn. Daardoor komt het gehalte organische stof onder druk te staan en ook de andere onderdelen die nodig zijn voor een gezonde bodem. Aanvoer van extra organisch materiaal op deze bouwlandpercelen is dan een welkome aanvulling. Dat kan door een deel van de oogst op de bodem te laten liggen, zoals CCM of MKS bij de maisteelt, door ruige stalmest of compost aan te voeren of nu ook door slootmaaisel in te zetten.

Verandering beleid
Tot voor kort was het binnen de landelijke wetgeving alleen mogelijk om maaisel binnen maximaal 1 km van de plaats waar het vandaan kwam toe te passen in de landbouw. Dat is nu verruimd naar maximaal 5 km. Daarnaast heeft Waterschap Rijn en IJssel het maaibeleid aangepast. Op plekken waar dit kan, laat het Waterschap de begroeiing langer staan ten behoeve van de biodiversiteit. Dat betekent dat veel brede onderhoudspaden en oevers van de watergangen met veel natuurlijke potentie niet in de zomer, maar pas na 1 september (ruim na het broedseizoen) gemaaid worden. Berm- en slootmaaisel van de meeste breedspoorpaden en aangrenzende watergangen kan afgevoerd en ingezet worden voor bodemverbetering.

Uitvoering en borging kwaliteit
Het Waterschap brengt het vrijkomende maaisel bij voorkeur zo dicht mogelijk in de buurt van de herkomst, tot op een afstand van maximaal 5 km. De hoeveelheid maaisel die wordt getransporteerd naar een locatie is maximaal 200 m3. Het maaisel wordt op een afstand van ten minste 5 meter van de watergang opgeslagen en kan daar gedurende maximaal één jaar opgeslagen worden. Het zo nodig omzetten van het maaisel en het nadien verspreiden van het maaisel op het land verzorgt de ontvanger.

Het Waterschap vindt het belangrijk dat het maaisel van goede kwaliteit is. Daarom wordt geen maaisel gebracht dat vrijkomt uit watergangen bij overstorten van gemengd rioolwater; bij rioolwaterzuiveringen; bij drukke wegen of waar, voor zover bekend, de waterbodem vervuild is, ongewenste planten (exoten) groeien of veel drijfvuil aanwezig is. Het Waterschap controleert het maaisel steekproefsgewijs en analyseert de kwaliteit.

Registratie
Het waterschap registreert de afzet van maaisel, zowel de herkomst als de locatie van afzet (naam en adres afnemer). Voor de toepassing is de Vrijstellingsregeling Plantenresten van toepassing. Een registratie volgens de meststoffenwetgeving is dan niet nodig. Indien toevoegmiddelen worden ingezet, zoals bij Bokashi, is het advies om de nutriënten in het maaisel, conform de meststoffenwetgeving in de mestboekhouding mee te tellen.

Interesse in het ontvangen van maaisel?
Wilt u graag maaisel ontvangen? Neem dan contact op met een medewerker van het Waterschap via 0314 – 369 369.

In het werkgebied/stroomgebied van de Schipbeek: Hans Roeterdink
In het werkgebied/stroomgebied van de Berkel: Alfons Duis
In het werkgebied/stroomgebied van de Baakse beek: Hans Bierman
In het werkgebied/stroomgebied van de Oude IJssel: Niek Spoelder
In het werkgebied/stroomgebied van de Liemers Veluwe: Hans Bierman

Waterschap Rijn en IJssel: Laurens Gerner