In hoeverre is bodemkwaliteit bepalend voor de grondbewerking die nodig is voor een geslaagde maisteelt? Deze vraag staat centraal in een project dat het Louis Bolk Instituut in samenwerking met loonwerkbedrijf Meiland Azewijn en Waterschap Rijn en IJssel is opgestart en dat mede tot stand is gekomen door provincie Gelderland. Verschillende grondbewerkingen in maispercelen worden in dit project getest.

In het onderzoek worden dit seizoen en komend seizoen proeven aangelegd bij zes maistelers in de omgeving van Azewijn. Ploegen wordt vergeleken met een Strip-till bemester en met een woeler met zaaimachine (Hunter). Deze drie behandelingen worden uitgevoerd op elk van de zes percelen, variërend van scheurgrond tot oud bouwland.

Meten
Op 11 juli is met de deelnemers een rondgang gemaakt op deze percelen en is de opkomst en de toestand van de gewassen besproken. In de eerste helft van dit groeiseizoen zijn nog geen grote verschillen tussen de behandelingen waargenomen (zie foto voor een indruk: links ploegen en rechts niet kerend). In het najaar worden maisopbrengsten en bodemkwaliteit gemeten en zullen de eerste resultaten beschikbaar worden gemaakt.

Meer informatie: Joachim Deru van het Louis Bolk Instituut: j.deru@louisbolk.nl