Kennisgroep Waterkwaliteit Geborgd

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Meten is weten

Kunnen we een werkwijze ontwikkelen voor uitspoelingsgevoelige percelen en een monitoringssytematiek, waarmee we nitraat in het grondwater kunnen sturen en monitoren? Dat zijn de onderzoeksvragen in de kennisgroep Waterkwaliteit geborgd. Van belang is het goed registreren en meten van de bemesting en opbrengst van zowel gras- als maispercelen.


Dit jaar richt de kennisgroep Waterkwaliteit Geborgd zich op het beter registreren en meten van bemesting en opbrengst van zowel de gras- als maispercelen. Tien VKA-leden zijn hier samen met experts en Vitens mee aan de slag. Door een betere registratie komt er meer inzicht in de werkelijke capaciteit van de percelen. Hierdoor krijgt elk perceel ook de bemesting die nodig is en wordt uitspoeling van stikstof naar het grondwater voorkomen.
Vergelijk het maar met koeien. Koeien met een hogere productie hebben meer energie nodig dan koeien met een lagere productie. Om per perceel een goed beeld te krijgen van de opbrengst moet die gemeten worden. Bij maaien is deze opbrengst redelijk goed in te schatten door vlak voor het maaien een ronde te maken. Een aantal loonwerkers heeft tegenwoordig ook de mogelijkheid om de opbrengst te bepalen. De opbrengst bij het weiden is lastiger te bepalen. Het meten en/of registreren van de grasgroei gebeurt weinig. Het rantsoen in de stal is hier veelal leidend. Voor de veehouders van de kennisgroep Waterkwaliteit Geborgd ligt hier een mooie uitdaging.

Minder drijfmest naar weidepercelen

Gerbert Krukerink in Geesteren Gld is lid van de kennisgroep en meet en registreert veel en dit helpt hem in zijn bedrijfsvoering. Met name bij de weidepercelen is dit het geval. Gerbert heeft als beweidingssysteem omweiden. Hij heeft 170 melkkoeien en 12 percelen die ongeveer 1,5 ha groot zijn om in te weiden. Hierbij wil hij inscharen met een aanbod van rond de 1500 kg ds/ha aan vers gras.

Met een graslandhoogtemeter meet hij elke week de grasgroei. In een Excel programma houdt hij dit bij. Doordat hijzelf door de wei loopt en het programma berekent wat de verwachte grasgroei is, kan hij goed inschatten naar welk perceel de koeien moeten. Op die manier maakt hij optimaal gebruik van het aanbod van vers gras. Doordat hij weet wat het aanbod is kan hij de bemesting daar ook goed op aanpassen. Het afgelopen jaar heeft hij tevens geleerd dat de koeien zelf ook redelijk veel mest naar de wei brengen. Hierdoor hoeft er minder drijfmest naar de weidepercelen. Deze mest kan naar de maaipercelen. En dan met name naar de maaipercelen waar het meeste gras vanaf komt. Dit houdt hij bij op zijn graslandgebruikskalender.

Alle percelen krijgen dus de hoeveelheid mest die ze nodig hebben. Hierdoor is er geen overschot en spoelt er geen stikstof uit naar het grondwater.