De nieuwe studiegroep-ronde werd op 11 september afgetrapt met de inspiratiebijeenkomst Eiwit van eigen land in de Radstake. Verschillende sprekers gingen in op dit thema en de Eiwittoppers van VKA werden benoemd. Ook kunnen boeren zich sinds deze avond aanmelden als lid van de Vereniging VKA.

John Koeleman, voorzitter van de Vereniging VKA, trapte de avond af. “We hebben een zelfstandig bestuur gevormd waardoor VKA als Vereniging verder kan gaan. Dat bestuur bestaat uit boeren. We zijn een organisatie voor en door boeren en dat willen we uitstralen.” John meldde zich ter plekke aan als eerste lid van de Vereniging via het nieuwe aanmeldformulier op de website.

       

 

Programmanager VKA
De nieuwe programmanager van VKA werd door John voorgesteld: Fleur Brinke uit Beltrum. Na haar studie Dierwetenschappen aan de WUR en een aantal jaren bij Nutreco te hebben gewerkt, is zij sinds augustus aan de slag gegaan voor VKA en De Marke. “Ik miste in mijn vorige baan de link met boeren en de praktijk. Ik zie hoeveel energie hier in de zaal zit en ik heb enorm veel zin om samen met jullie te werken aan kringlooplandbouw. Ik wordt ingezet vanuit de WUR om voor VKA en De Marke te werken.” In de weekenden werkt Fleur vaak nog mee op het melkveebedrijf van haar ouders.

Najaarsronde studiegroep bijeenkomsten
De nieuwe ronde studiegroepen werd door John toegelicht. “Het thema voor het komende half jaar is Eiwit van eigen land. Het programma voor 2019-2020 bestaat uit twee inspiratiebijeenkomsten, een basisgroep bijeenkomst en een aantal themabijeenkomsten naar keuze. Vanavond is de eerste inspiratiebijeenkomst, de tweede wordt in januari georganiseerd.”

Advies Grondgebondenheid
Lid van de voormalige Commissie Grondgebondenheid Simon Ruiter lichtte als gastspreker toe hoe het kengetal eiwit van eigen land is ontstaan. “Als sector moesten we weg bij de negatieve sfeer rondom het mestdossier. In plaats daarvan wilden we insteken op de positieve inbreng: met goed voeren kan je vooruit. Denken vanuit de input voer en dus niet vanuit de output mest.” De commissie bestond uit een brede samenstelling van mensen, waarin Simon deelnam als extensieve veehouder. “Niemand wist wat grondgebondenheid was. Vanuit GVE’s denken was niet de oplossing, want regionaal zijn er teveel verschillen. Gras is het basisrantsoen voor de koe, mede daarom is gekozen voor eiwit van eigen land. Het meerjarig gemiddelde en het goed zichtbaar maken van buurtcontracten is heel belangrijk voor dit cijfer. Daar kan je als ondernemer je voordeel mee doen.”

Financiële voordelen
Geert Stevens (deelnemer Koeien en Kansen) en Jaap Gielen (Countus) gingen in op het financieel rendement van het sturen op eiwit. Geert: “Je kunt veel sturen met krachtvoer, maar het grootste deel van je rantsoen bestaat uit gras. Stuur juist daar dus op. Wij oogsten pas bij ruim 4 ton droge stof. Daarvoor moet je in het voorjaar wel geduld hebben met maaien. Je kunt elkaar helpen door binnen een studiegroep iemand aan te wijzen die regelmatig grasmonsters neemt in voorjaar om een goed maaimoment te bepalen. Met beweiden kan je ook het ruw eiwitgehalte laag houden door het krachtvoerniveau aan te passen.

Volgens Jaap Gielen loont eiwit van eigen land in financiële zin. “Wat je zelf maakt, hoef je niet aan te kopen. De voerwinst stijgt op bedrijven die dit goed doen. Vers gras is dus goed voor je economie. Gebruik je eigen vakmanschap en VKA daarin om hier steeds beter in te worden.”

         

 

Eiwit van eigen land verhogen
Gerjan Hilhorst heeft een analyse gemaakt van de scores van VKA deelnemers op eiwit van eigen land. “40 procent van de deelnemers voldoet aan 65 procent eiwit van eigen land inclusief buurtaankopen. Intensiteit zegt hierbij niet alles. Het vergelijken van bedrijven doe je het beste met andere bedrijven in dezelfde intensiteitsklasse. Het meerjarig gemiddelde heeft als voordeel dat het een stabieler beeld laat zien.”

Het verhogen van het eiwitpercentage kan op meerdere vlakken, vertelde Gerjan. “Enerzijds door het verhogen van de eiwitopbrengst, anderzijds door het verlagen van de eiwitopname door de veestapel. Minder jongvee houden, minder eiwit met krachtvoer toedienen en een langere levensduur van koeien zijn voorbeelden voor het verlagen van de opname. Het verhogen van het eiwitpercentage kan gedaan worden met een hogere benutting van de bemesting, inkuilmanagement, goed bodem- en graslandbeheer, klaver in het grasland. Maïs telen willen we er wel in blijven houden, omdat het voor zandgrond een waardevol gewas is.”

Eiwittoppers
Tot slot werden de Eiwittoppers gehuldigd. Van vier verschillende intensiteitsklasses werden de ondernemers met het hoogste percentage eiwit van eigen land uitgeroepen. De komende weken  worden deze ondernemers in de praktijkflits van VKA bevraagd naar hoe hun bedrijfsmanagement bijdraagt aan deze prestatie.