Paul en Dirk Brus (matig intensief) uit Voorst (gem. Oude IJsselstreek)
85 melkkoeien, 15 stuks jongvee (overig jongvee op opfoklocatie)
38 hectare gras, 9 hectare mais
In de jaren 2016-2018 haalden Paul en Dirk Brus 72% eiwit van eigen land

Wat is jullie geheim op managementniveau die je als een van de Eiwittoppers binnen Vruchtbare Kringloop Achterhoek wilt delen?

‘Mijn vader en ik zijn wel bezig met het optimaliseren van ons bedrijf en onze percelen, we proberen ook wel wat dingetjes uit. Wat wij belangrijk vinden is dat we vroeg maaien zodat het gras voldoende eiwit bevat. De eerste snede hebben we bijvoorbeeld afgelopen jaar al eind april gemaaid. We maken onderscheid in weidepercelen en maaipercelen.

Onze maaipercelen maaien we om de 4 à 5 weken, wat neerkomt op zes sneden is totaal. Deze percelen krijgen voor de eerste snee 30 kuub drijfmest en een normale kunstmestgift.

Onze koeien beweiden we zodra het kan en laten we soms wel tot de kerst een paar uurtjes weiden per dag, maar dit is natuurlijk afhankelijk van het weer. De weidepercelen liggen dichtbij huis en kunnen we dus beregenen met ons baarssysteem, dat was de afgelopen jaren ook echt nodig. Voor de maaipercelen lukte dit helaas niet en dat merkten we ook aan de opbrengst. We bemesten de weidepercelen met zo’n 25 kuub drijfmest en een verlaagde kunstmestgift. We zaaien Engels raaigras met een beetje rode klaver voor de maaipercelen, de weidepercelen bevatten ook Timothee.’

Wat zijn volgens jou de grootste risico’s waardoor je minder Eiwit van eigen land haalt?

‘De droogte is ons grootste risico. We zitten op puur zandgrond, dus als het niet regent dan merk je dat direct aan de bodem. Sommige van onze percelen liggen hoger, dus die warmen sneller op en daar komt het gras in normale jaren ook vlot omhoog. Tijdens droge perioden hebben deze percelen alleen ook meer te lijden, merken we. We zijn blij dat we sommige percelen kunnen beregenen, waar het nodig is hebben we weilanden doorgezaaid.’

Toelichting WUR-onderzoeker Gerjan Hilhorst op de cijfers van Paul en Dirk Brus

“Omdat bij Brus geen jongvee van 1-2 jaar op het bedrijf aanwezig is, wordt de eiwitopname automatisch verlaagd. Dat is gunstig voor het kengetal eiwit van eigen land. Een laag eiwitgehalte in het rantsoen wordt op dit bedrijf gerealiseerd door veel maïs in het rantsoen. Het aandeel daalt wel van 32% in 2016 naar 26% in 2018. Het risico van minder maïs is een slechtere benutting van het eiwit uit het gras. Zorg daarom dat er voldoende DVE in de graskuil komt. Ook neemt door minder maïs en door een toename van het eiwitgehalte in het gras het eiwitgehalte in het rantsoen toe. Dat is nadelig voor eiwit van eigen land.  Brus compenseert dit door structuurrijk en eiwitarm stro aan te kopen. Voor dit bedrijf is de teelt van voederbieten zeker te overwegen. De voederbieten leveren veel DVE, maar ook veel energie waarmee het eiwitrijke gras beter kan worden benut.”

Wat kun je collega-melkveehouders aanraden wanneer ze méér Eiwit van eigen land willen halen?
‘Op zandgrond is een beregeningssysteem onmisbaar. Daarnaast zou ik collega’s adviseren om vroeg te maaien. Daarmee krijg je misschien iets minder gras in de kuil, maar wel het benodigde eiwit. Dit is bedrijfseconomisch gezien veel interessanter, omdat eiwit aankopen duurder is dan structuur zoals stro. Je kunt dus maar beter zelf zoveel mogelijk eiwit telen.’

Zie je op tegen 2025, wanneer melkveehouders 65 procent meer Eiwit van eigen land (of binnen de regio) moeten halen?
‘Het wordt een uitdaging, zeker met deze droge jaren. 2019 is wat ons betreft ook geen topjaar. De droogte heeft ons wel doen inzien dat we op zoek moeten naar een ander en beter beregeningssysteem, maar goed, dat is een hele investering. Wij zouden daarnaast heel graag een derde gewas willen telen, zoals energierijke voederbieten. Omdat we het gras allemaal in de koe willen krijgen, missen we wat energie.’