Harry Geverink (zeer intensief) uit Geesteren
120 melkkoeien, 60 stuks jongvee
39,5 hectare gras, 8 hectare mais
In de jaren 2016-2018 haalde Geverink 56% eiwit van eigen land

Wat is jouw geheim op managementniveau die je als een van de Eiwittoppers binnen Vruchtbare Kringloop Achterhoek wilt delen?

‘Ik ben heel verbaasd dat ik op het podium werd gehaald als eiwittopper, want ik heb vooral 2018 en 2019 in mijn hoofd en dat waren dramatische jaren qua eiwitopbrengst. Ook heb ik niet het idee dat ik iets bijzonders doe op mijn percelen, maar natuurlijk wil ik wel delen wát ik doe.

Omdat wij het maaien door de loonwerker laten doen, maaien we vanwege de kosten 5 keer per jaar in plaats van 6 keer zoals de meeste boeren. Dan heb je dus niet van die lichte snedes. We zijn daarnaast heel scherp op de juiste maaihoogte, onze voorkeur gaat uit naar 7,5 centimeter en maaien met scherpe messen. Dan kan de grasmat sneller en beter herstellen, wat gunstig is voor de hergroei. Ten slotte maaien we de een-na-laatste snede rond 10 september, zodat we voor de laatste snede nog een kleine, laatste kunstmestgift kunnen geven. Daardoor is oktober nog een groeimaand op ons bedrijf.’

Wat kun je collega-melkveehouders aanraden wanneer ze méér eiwit van eigen land willen halen?

‘Probeer de eerste snede niet te vroeg te maaien zodat je een zwaardere eerste snede van het land haalt. Dat zorgt voor een hogere opbrengst, al is het wel afhankelijk van het weer. Ook zou ik collega’s aanraden oktober nog als groeimaand te benutten. Dat levert ons veel op.’

Toelichting WUR-onderzoeker Gerjan Hilhorst op de cijfers van Harry: 

‘Voor een bedrijf met 24.000 kg melk/ha scoort Geverink met het 56% aandeel eiwit dat hij zelf teelt (dus excl. aankoop) heel goed. Hij realiseert dit door een hoge gewasopbrengst en de aanvoer van krachtvoer met een laag eiwitgehalte. Door de strategie van Geverink om geen lichte snedes te oogsten bevat het gras meer DVE en minder OEB. Zo kan het geoogste eiwit beter benut worden voor de productie van melk. Op intensieve bedrijven is het aandeel eiwit met krachtvoer in het rantsoen meestal hoog. Het tekort aan eiwit of het eiwit dat niet wordt benut wordt aangevuld met aanvoer van eiwit met krachtvoer. Bij Geverink is dit aandeel laag. Eigen eiwit staat bij hem op plek 1 in het rantsoen. Meer eiwit van eigen land is niet alleen meer eiwit oogsten maar ook minder eiwit voeren. Geverink doet beide.

Wat zijn volgens jou de grootste risico’s waardoor je minder eiwit van eigen land haalt?

‘Ik maak mij grote zorgen om de steeds nieuwe regels en zwabberend beleid van het ministerie van LNV. De grote hoeveelheid cijfers die wij op onze bedrijven verzamelen, en hoe hier door veel instanties mee omgegaan wordt, schrikken mij af. En natuurlijk speelt ook het weer een grote rol bij de droge stof en eiwitproductie, meer droogte in de toekomst baart mij zorgen.

Zie je op tegen 2025, wanneer melkveehouders 65 procent of meer eiwit van eigen land (of binnen de regio) moeten halen?

‘Ja, ik maak mij daar grote zorgen over en voorzie problemen voor ons bedrijf. Wij kunnen niet genoeg eiwit van eigen land halen, we hebben te weinig land voor het aantal koeien dat we houden. De regel is wat ons betreft onzinnig en levert vooral administratieve rompslomp op. Want wat bijvoorbeeld als we niet binnen een straal van 20 kilometer ons eiwit kunnen inkopen? Wat als het net 22 kilometer is?

Wij zijn van mening dat met een goede mestafzet de zaak geregeld is en hier plukt de akkerbouw ook zijn vruchten van. De laatste 3 jaar komen we meer dan 20 kilo fosfaatbemesting tekort als we de gewasopbrengst als referentie nemen, tenenkrommend vind ik dit soort maatregelen. Ik hoop dat de cijfers die we op onze bedrijven verzamelen, ons verder helpen. Mij bekruipt vaak het gevoel dat we er straks door onze ‘betrouwbare’ overheid mee om de oren worden geslagen… Niettemin ben ik blij dat we samen met Vruchtbare Kringloop Achterhoek onderzoeken hoe we kunnen blijven boeren op een gezonde, normale manier.