BES-pilot motiveert verantwoord mestgebruik

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin


Onlangs bespraken de VKA-deelnemers de resultaten van de BES-pilot in 2020 en 2021. Conclusie is dat de potentie van de BES groot is en dat opschaling naar gebiedsniveau kan bijdragen aan de stikstofopgaves die er liggen.


Eén van de aanleidingen voor de toepassing van de BES is het keren van de uitmijning van de fosfaattoestand van de bodem. Binnen de derogatie kan geen fosfaatkunstmest worden toegepast en door de toegenomen fosfaatefficientie in de veevoeding is de stikstof-fosfaat-verhouding in de mest opgelopen, waardoor op veel bedrijven de jaarlijkse fosfaatonttrekking niet meer via de bemesting kan worden toegediend.

De VKA-BES-deelnemers hadden de afgelopen twee jaar de ruimte om 15 kg extra fosfaat per ha via dierlijke mest toe te dienen. Er is echter maar 4 kg fosfaat extra bemest. Deze beperkte toename wordt vooral veroorzaakt door het jaar 2020. De extra bemestingsruimte kon pas worden toegepast na de eerste snede in een droog jaar. Daarnaast moet met de toepassing van meer dierlijke mest kunstmestruimte worden ingeleverd. Deze uitdaging is in het eerste jaar voorzichtig gestart door de deelnemers.

48 kg minder kunstmeststikstof ten opzichte van generieke norm

Een ander doel van de toepassing van de BES en passend bij kringlooplandbouw is het terugdringen van het kunstmestgebruik. Gemiddeld is deze in de afgelopen twee jaar gedaald met 48 kg kunsmeststikstof per ha ten opzichte van de gebruiksruimte in de generieke bemestingsnormen.

Uit dierlijke mest is 27 kg stikstof extra aangewend. Per saldo is de input aan stikstof dus met 21 kg afgenomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat de droogte in 2020 heeft aangezet tot het niet gebruiken van alle kunstmestruimte. Dit is landbouwkundig verstandig en binnen de BES zeer verstandig, omdat een hoge benutting tot hogere BES-normen leidt. Dat is terug te zien in de BES-normen van 2022. De maximale norm voor stikstof uit dierlijke mest is in 2022 namelijk gestegen van 272 naar 290 kg stikstof.
De norm wordt berekend aan de hand van de gewasopbrengsten en de stikstofbenutting in de drie voorafgaande jaren. Of deze ruimte ook zal worden benut, is afhankelijk van het weer en de inzichten van de deelnemers. Hun focus is gericht op de maximale benutting, waarbij ze het optimum zoeken in het gebruik van dierlijke mest en kunstmest.


Hoge benutting dierlijke mest verlaagt ammoniakemissie

BES-deelnemers krijgen gekoppeld aan hun extra dierlijke mestruimte een opgave om de ammoniakemissie te reduceren. Maar om gewasopbrengsten op peil te houden bij een andere verhouding dierlijke mest en kunstmest, moet de benutting van de dierlijke mest gemaximaliseerd worden. In de volle breedte wordt dan ook de mestaanweding met de bijmenging van water toegepast. De BES-toepassing leidt dus niet tot meer ammoniakemissie.

In 2021 is ook het ruw eiwit in het rantsoen gezakt van 163 gr naar 157 gram per kg droge stof. Hierdoor is de totale stikstofexcretie 5 procent afgenomen. De ammoniakemissie blijft daarmee 6 procent onder de referentie, ondanks het gebruik van meer dierlijke mest. De referentie is de ammoniakemissie van 2018.


BES, een innovatieve oplossing voor de stikstofopgave

De BES wordt toegepast op slechts 20 bedrijven binnen de VKA. Landelijk doen in totaal vijftig bedrijven mee.
Het perspectief op basis van de resultaten van de eerste twee jaar is groot. De BES dient duidelijk meerdere doelen. De circulariteit van melkveebedrijven wordt vergroot en de emissies lijken af te nemen. De BES lijkt dus echt een katalysotor voor kringlooplandbouw te zijn. Opschaling naar gebiedsniveau kan wellicht ook bijdragen aan de stikstofopgaves die er liggen.

De stikstofaanvoer kan structureel omlaag door een grotere afname van de kunstmestinput ten opzichte van de toename van dierlijke mest. Ook wordt door het aanjagen van een betere benutting van dierlijke mest de stikstofbenutting in een gebied verhoogd. Minder input en een hogere benutting leidt tot lagere emissies.

Daarnaast hebben de melkveehouders een duidelijk doel en dat is het maximaliseren van de stikstofbenutting. Dit vertaalt zich in een betere BES-norm en dwingt tot verantwoord mestgebruik.

De potentie om de BES-pilot door te ontwikkelen is groot.