BES-VKA praktijkervaring 1: “Ne betjen nao denken, en dan doon”

In het kader van de ontwikkeling van Kringlooplandbouw in de Achterhoek werken 20 melkveebedrijven uit VKA dit jaar met de BedrijfsEigen Stikstofnorm (BES).

Een van hen is de familie Dinkelman uit Barchem, die zich hiervoor vrijwel direct aanmeldde. Dit is volgens Gert Dinkelman de kans om in Den Haag te laten zien dat het ook anders kan.  Het bedrijf heeft een flinke fosfaatruimte maar kon dit binnen de derogatie nooit benutten.  “Bergen mest afvoeren en kunstmest terugkopen, dat is allesbehalve kringlooplandbouw.”

Bodem weer in balans

De BES norm voor het bedrijf bedraagt namelijk 300 kg N uit dierlijke mest. Daarmee bespaart het bedrijf al ruim 500 m3 mestafvoer. Met deze mest wordt er nu op het eigen bedrijf gemiddeld 16 m3 per ha meer bemest. “Deze is hard nodig om de bodem weer in balans te brengen aldus Gert”. Over 2017-2019 oogstte het bedrijf gemiddeld 11,5 t DS van het grasland en onttrok daarmee tussen de 10 en 20 kg fosfaat meer dan er bemest werd.

De hoge opbrengsten zijn het resultaat van veel energie die de familie Dinkelman in hun grasland steekt.  Zo werd een deel goede natte grasgronden langs de Berkel ook flink beregend de laatste jaren.  Ook regelmatige vernieuwing van de graszoden is volgens Gert noodzakelijk voor goede opbrengsten.  “Zeker in de laatste droge jaren zie je dat de nieuwere percelen bij dezelfde bemesting meer gras produceren en sneller herstellen. Met dit systeem worden de inspanning op grasland weer beloond,” besluit Gert.

Meer aandacht voor mestbenutting en eiwitbenutting in rantsoen.
Water bij de mest en een duidelijk plan voor de verdeling over het jaar heen, is waar ze het komend jaar in de pilot fanatiek mee aan de slag gaan.  “Dat we meer mest mogen rijden is leuk, maar we moeten deze ruimte ook benutten als we er een succes van willen maken.”  Gert heeft daarom de tweede snede met 2 delen mest en 1 deel water bemest. Daardoor werkt de mest sneller en worden ammoniak verliezen beperkt.  Het plan dat samen met de begeleider vanuit VKA wordt opgesteld was iets waar Gert ook al jaren behoefte aan had.  “Voor de eerste snede weet je het wel zo’n beetje, maar dan? Hoe zorg je dat je uitkomt met de kunstmest en hoeveel mest heb je nu eigenlijk per snede beschikbaar met al die afvoer?  Het is zeker nu geen optie om maar te zien waar het schip strandt.  Als we nu minder oogsten, kunnen we in theorie ook een norm krijgen die lager dan generiek is, omdat 2017 als referentie jaar vervalt en vervangen wordt door 2020. In 2017 waren de opbrengsten zeer hoog, 2020 begint helaas niet best.”

Ook via het voerspoor wil Gert daarom extra stappen zetten.  Afgelopen jaar werd er 7 ha grasland bij gepacht waardoor er meer gras in het rantsoen is gekomen. De eiwitbenutting werd daardoor wel lager dan in het verleden met een intensiever rantsoen. “Dit jaar moeten we daar weer scherp op zijn en meer energie en minder eiwit bijgaan voeren.  Ook het fosfor gehalte in het voer krijgt weer aandacht. De hoeveelheid drijfmest die we kunnen plaatsen binnen de BES  wordt bepaald door de fosfaatplaatsingsruimte en de gehaltes in de mest.  Hoe minder fosfor er per kg stikstof in de mest zit, hoe meer stikstof uit dierlijke mest wij mogen plaatsen.  Een flink BEX voordeel op fosfaat is daardoor dus weer gewenst.  “Ne betjen nao denken,  en dan doon”.