BES katalysator voor kringlooplandbouw

Fosfaatevenwichtsbemesting met dierlijke mest vermindert de aanvoer van kustmest. Het perspectief van de BES voor de hele regio is groot, maar de uitdaging niet minder.

De resultaten zijn vastgesteld aan de hand van 157 melkveebedrijven, waarvan KringloopWijzers beschikbaar waren van 2013 t/m 2019.

De Achterhoek is aangewezen als experimenteerregio voor de ontwikkeling van kringlooplandbouw. Met de uitrol van de BES-pilot op 20 bedrijven is een eerste experiment gestart.

Fosfaatevenwichtsbemesting met dierlijke mest

De bemesting op BES-bedrijven is afgestemd op het opbrengend vermogen van de grond, die is vastgesteld aan de hand van de resultaten uit de KringloopWijzer van drie jaren. Voor de BES-normen 2020 zijn dit de jaren 2017 t/m 2019. Deze met LNV afgestemde systematiek is reeds 5 jaar toegepast op een aantal Koeien & Kansen bedrijven en wordt getoetst op de toepasbaarheid en de milieukundige consequenties.

Impact droogte enorm

De twee droge jaren in het driejarig gemiddelde zijn zeer bepalend voor de gemiddelde gewasopbrengst geweest en de gemiddelde fosfaatonttrekking per hectare (BES-P), zeker op de drogere zandgronden. De BES-P bedroeg op de 157 bedrijven, waarvan driekwart zandgrond heeft, gemiddeld 65 kg. Bij de toepassing van de huidige BES-systematiek pakt het BES-voordeel gemiddeld negatief uit bij 65 kg fosfaatonttrekking en een N/P-verhouding in de dierlijke mest van 3.51. Slechts 45% van de bedrijven heeft dan een voordeel en gemiddeld zakt de N-gift uit dierlijke mest met 6 kg per hectare. Daarnaast wordt ook de stikstof uit kunstmest fors gecorrigeerd met gemiddeld 36 kg doordat de stikstofonttrekking door de droogte lager is dan generiek.

Meerjarig gemiddelde corrigeert het droogte effect

Om een representatievere gewasopbrengst als uitgangspunt te nemen, is ook gerekend met een meerjarig gemiddelde. Van 157 bedrijven binnen de VKA zijn Kringloopwijzers beschikbaar vanaf 2013 t/m 2019. Naast de droge jaren 2018 en 2019 wordt dan ook het buitengewoon groeizame jaar 2014 meegenomen in de berekening. Dan is er een BES-N voordeel op 64% van de bedrijven. De N-gift uit dierlijke mest stijgt met gemiddeld 14 kg. Voor een verantwoord stikstofbodemoverschot moet dan de N uit kunstmest gemiddeld met -43 kg worden gecorrigeerd.

Doorkijk naar de toekomst

In de afgelopen jaren is er in de melkveehouderij veel aandacht geweest voor het verbeteren van de fosfaatefficientie. Dit heeft geresulteerd in een sterk oplopende N/P verhouding. Respectievelijk 3,28 in 2013 t/m 2019 en 3,51 in 2017 t/m 2019. Wanneer deze N/P verhouding kan worden gehandhaafd en wordt gecombineerd met de representatievere gewasopbrengsten uit de periode 2013 t/m 2019, dan stijgt de N-gift uit dierlijke mest naar gemiddeld 265 kg. 82% van de bedrijven hebben dan meer dierlijke mestplaatsingsruimte dan met de huidige generieke normen. De N-kunstmestgift zakt met 61 kg. De variatie tussen de bedrijven is enorm groot. (zie figuur) Per saldo daalt de totale input aan stikstof met 30 kg per hectare.

Een enorm perspectief en een grote uitdaging

Kortom, de BES biedt voor de verdere ontwikkeling van Kringlooplandbouw veel perspectief. Voerproductie uit dierlijke mest i.p.v. kunstmest en de noodzaak om deze dierlijke mest maximaal te benutten om de lagere totale stikstofinput niet nadelig te laten zijn voor de gewasopbrengsten. Met als direct effect: verlaging van de ammoniakemissie.

De BES is daarmee een katalysator voor kringlooplandbouw, maar moet in de praktijk wel goed worden getoetst en getest.

Door: Jaap GielenĀ  enĀ  Gerjan Hilhorst