Artikel Vee en Gewas: ‘Minder liters niet alleen door lager eiwit’

De afgelopen twee jaar ligt het aandeel ruw eiwit in het totaalrantsoen op het bedrijf van melkveehouder Toon Hulshof uit Lievelde beneden de 155 gram per kg ds.

Zijn bedrijf is hiermee hét voorbeeld bij één van de conclusies na de analyse van ruim 280 KringloopWijzers van leden van de vereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA). Uit deze analyse bleek namelijk dat de VKA-leden het aandeel ruw eiwit in het krachtvoer lieten dalen de afgelopen jaren: het ruw eiwitgehalte in het gevoerde krachtvoer daalde met 8% tussen 2018 en 2019. Het aandeel ruw eiwit in het totaalrantsoen daalde met 0,8%. 

Gerjan Hilhorst, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research, analyseerde de ammoniak-gerelateerde cijfers en is tevreden over deze tendens. „We zijn al ruim jaar bezig met de VKA en we zien nu heel duidelijk dat veehouders aan deze knop zijn gaan draaien. Er vergt namelijk wel wat lef om het eiwit in het rantsoen te verlagen. Je bouwt met eiwit als het ware een verzekeringspremie in. Want het moet natuurlijk wel goed blijven gaan op diergezondheidsvlak én lekker blijven melken.”


Hilhorst merkt dat melkveehouders door de ammoniakproblematiek anders naar eiwit in het rantsoen zijn gaan kijken. „ Eiwitverlaging in het rantsoen werd lange tijd puur ingezet vanwege de economische prikkel omdat met de BEX bespaard kon worden op mestafzetkosten, maar nu speelt de discussie rondom ammoniakemissie een grotere rol. De aandacht voor eiwitverlaging staat weer n de belangstelling. Dit stimuleert goed management en levert direct geld op.”

Minder ruw eiwit betekent een lagere stikstofexcretie en minder stikstof in de mestkelder. „Je pakt de ammoniakproblematiek direct bij de bron aan”, licht hij toe.

Onafhankelijk voeradvies

Toon Hulshof, is bestuurslid van Vruchtbare Kringloop Achterhoek en lid van een reguliere VKA-studiegroep en de kennisgroep Melk & Klimaat. Al sinds 2011 zet de melkveehouder, die 135 koeien en 65 stuks jongvee heeft, in op een verlaging van ruw eiwit in het rantsoen. In 2017 was het eiwitaandeel 162 per kg ds, in 2018 153. De afgelopen twee jaar lag dit getal onder de 155.
De reden om scherper op eiwit te voeren, is voor Hulshof tweeledig. Hij doet mee aan de BEX om te besparen op mestafzetkosten en hij wil door beperking van de relatief dure eiwitbron kosten besparen. „Eiwit in de vorm van soja of raapschroot is een flinke kostenpost en omdat we op ons bedrijf behoorlijk wat mest moeten afvoeren, is het aantrekkelijk om met de BEX op vermindering in te zetten.”

Een onafhankelijke voeradviseur van Dairy Consult zette Hulshof op dit spoor. „Ik vind het een voordeel dat onze adviseur niet gebonden is aan een voerbedrijf en niet afgerekend wordt op omzet. Hij zag al vrij snel dat we scherper op eiwit konden voeren. Stap voor stap zijn we daar mee aan de slag gegaan, want ineens grote stappen zetten kan niet met het oog op diergezondheid en melkproductie.” Dat het een risico is, beaamt hij. Toch vindt hij het heel logisch om deze stappen te zetten. „Het blijkt dat het kan zonder veel negatieve effecten.”
De melkproductie daalde de laatste jaren van gemiddeld 10.000 liter naar 9.800 per koe. Toch wijt hij deze daling niet geheel aan de eiwitverlaging in het rantsoen. „Het scherper zijn op eiwit heeft niet heel veel liter melk gekost. De droge en warme zomers zijn ook een bepalende factor. In de winterperiode zitten we aan 34 tot 35 liter gemiddeld, maar zodra we beginnen te weiden, kost dat minstens 1 tot 2 liter. De truc is om dat te beperken en het ruwvoer zo goed mogelijk te benutten.”
Hulshof: “Ik stuur vooral op ureumgetal, deze wil ik altijd tussen de 14 en 18 hebben. Doordat we in de robots een eiwit- en een energiebrok voeren, kunnen we hierin sturen.”
Hulshof teelt al sinds 2011 gras-klaver om stikstof te binden en te besparen op kunstmestaankoop. Het inzaaien van de saladebuffetten van Pure graze, met gras, klavers en kruiden, heeft hij gekozen voor de biodiversiteit en behoud van smakelijk en voldoende ruwvoer.

Stijging ammoniakemissie

Dat eiwitverlaging in het totaalrantsoen optrad bij de VKA-leden is extra opvallend omdat de afgelopen jaren een daling van mais in het rantsoen werd ingezet, meer beweidingsuren plaatsvonden en er een hoger ruw eiwitgehalte in de graskuil zat. Het aantal beweidingsuren steeg met 15%: van 603 uur per koe per jaar in 2017 naar 741 in 2019. Het maisaandeel daalde van 25% in 2017 naar 23,6% in 2019.
Hilhorst: „Door de droogte kwam juist het eiwitrijke voorjaarsgras en najaarsgras in de kuil. In de zomer was er weinig in te kuilen. Juist de najaarskuil en vroege voorjaarskuil zijn eiwitrijk. Dit gras moet er ook door natuurlijk. Toch heeft dit niet geleid tot een hoger eiwitaandeel van het totale rantsoen.”

De totale ammoniakemissie per bedrijf is bij de VKA-leden met 2,5% gestegen tussen 2018 en 2019. De oorzaak hiervoor ligt onder andere in de verhouding jongvee-melkvee op de bedrijven. Gemiddeld werd meer melkvee en minder jongvee gehouden, waardoor de hoeveelheid melk per bedrijf steeg. Het gevolg hiervan is een hogere opname van ruw eiwit en een gelijkblijvend eiwitgehalte inde melk. Uiteindelijk is het resultaat hiervan een hogere stikstofexcretie en een hogere bron voor emissie. De emissie per hectare nam met 0,5% afgenomen door een stijging in het areaal.


Hilhorst: „Veel factoren zijn van invloed op de ammoniakemissie, zoals de emissies die ontstaan bij bemesting, beweiding, mestopslag en stalsysteem. Het zo goed mogelijk benutten van eigen gras is een belangrijk item om de ammoniakemissie te laten dalen. Dat betekent ruw eiwit oogsten en benutten. Mest verdunnen met water is een effectieve maatregel, met name in de maanden juni en juli. Het kost geld, maar boeren die het doen, zeggen het dubbel en dwars terug te verdienen.

Zomerstalvoeren

Hulshof voert sinds dit jaar onbeperkt gras bij op stal. „Door aan zomerstalvoedering te doen, treden minder verliezen op. Het effect is ook dat ik nauwelijks soja of losse eiwitten heb bijgevoerd omdat gras direct de koe in gaat en het direct beschikbaar is. En het ook nog eens positief voor de stikstofuitstoot.”
Om de kuilen zo goed mogelijk te benutten, is Hulshof scherp op het uitkuilmanagement en past hij altijd toevoegmiddelen toe voor een goede conservering. „Als melkveehouder ben je altijd bezig met het zo efficiënt mogelijk benutten van de kringloop op je bedrijf. Zo laag mogelijke verliezen en zo min mogelijk input van krachtvoer en kunstmest. De Kringloopwijzer en deelname aan de VKA-studiegroepen maken me hier bewuster van.”

Bron: Vee en Gewas