Analyse VKA-KringloopWijzers 2017-2020: eiwit van eigen land en in het rantsoen

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Het thema voor het VKA-leerprogramma 2021-2022 is ‘Hoe zit het met uw energie?’ Tijdens de eerste studiegroepbijeenkomsten van het vorige jaar was het thema ‘Goed eiwit van eigen land.’ Aan de hand van de KringloopWijzer-resultaten bekijken we in dit artikel of het thema eiwit nog meer energie vereist.


De komende Praktijkflitsen gaan we nader in op de analyse van 274 KringloopWijzers van VKA-leden van 2017 tot en met 2020. In het eerste deel gingen we in op de algemene bedrijfsontwikkeling  van de bedrijven in deze periode. In dit tweede spitsen we de analyse toe op dus eiwit van eigen land en eiwit in het rantsoen.

Spreiding VKA-bedrijven

In de KringloopWijzer wordt het kengetal eiwit van eigen land berekend als de verhouding van de totale hoeveelheid eiwit dat geoogst is in dat jaar, gedeeld door de totale hoeveelheid  eiwit gevoerd aan de gehele veestapel in dat jaar. Er zit veel spreiding tussen de resultaten die de VKA bedrijven halen. Het is bekend dat grondsoort, weeromstandigheden en intensiteit invloed hebben op dit kengetal. Daarnaast is het management van de boer een belangrijke factor. Op hoofdlijnen zijn er twee knoppen waaraan de veehouder zou kunnen draaien om het percentage eiwit van eigen land te beïnvloeden:

  • Verhogen van de eiwitoogst van eigen land
  • Verlagen van de eiwitopname van de veestapel

De meest effectieve maatregelen om het kengetal eiwit van eigen land positief te beïnvloeden zijn:

  • Verhogen aandeel grasland van het totale areaal
  • Verhogen aandeel vers gras in het rantsoen
  • Optimaliseren van RE/kVEM verhouding in het rantsoen (< 160 RE/kVEM)
  • Verhogen graslandopbrengsten
  • Verminderen jongveebezetting
  • Verminderen krachtvoerverbruik (inclusief bijproducten)

Bron: https://edepot.wur.nl/530990

De KringloopWijzer berekent niet het aandeel eiwit eigen land met daarbij de buurtaankoop. Het aandeel buurtaankoop proberen we te benaderen door het eiwit in de hoeveelheid aangekocht voer mee te nemen in de balans. Hierin wordt de ‘eis’ dat de aankoop binnen een straal van 20 km van het bedrijf moet zijn dus niet meegenomen.


65%-eis

In onderstaande plot is van 274 VKA KringloopWijzers uit de periode 2017-2020 het berekende aandeel ‘eiwit eigen land zonder buurtaankoop’ weergegeven. Ieder grijs stipje is één VKA bedrijf. De vormen laten de verdeling zien; hoe breder de vorm bij een bepaalde waarde, hoe meer bedrijven op die waarde zitten. De rode horizontale stippellijn representeert de ‘eis’ van 65% eiwit van eigen land.

Deze grafiek laat zien dat in het jaar 2017 de verdeling redelijk gelijkmatig verdeeld is, maar dat in de drie droge jaren die volgen er wat verschuivingen te zien zijn. Waar het VKA gemiddelde bijna rond die 65% lag in 2017, is dat flink gedaald in drie jaren erna. Door de droogte zijn de grasopbrengsten lager geweest dan in normale seizoenen, met als logisch gevolg dat de ‘eiwitoogst’ en dus het aandeel eiwit van eigen land achteruit ging. Het aandeel eiwit producerende gewassen is gelijk gebleven. Wanneer de ‘buurtaankoop’ wordt meegenomen, dan stijgt het aandeel eigen eiwit met gemiddeld zo’n 7%.


In 2017 voldeed 70% van de VKA boeren aan de 65% eis. Het aandeel buurtaankoop is meegenomen in dit percentage. Dit aandeel daalde flink in de periode 2018-2020.  Het aandeel bedrijven dat weidegang toepast én het gemiddeld aantal uren weidegang op de bedrijven stijgen in de periode 2017-2020. Daarnaast zijn er ook nog bedrijven die enkel vers gras voeren via stalvoedering. Het aandeel bedrijven dat vers gras in het rantsoen heeft is gestegen naar 93% in 2020.

Tabel: Eiwit eigen land-kengetallen.

Deze toename van het aantal uren weidegang is ook terug te zien in de rantsoensamenstellingen. Het aandeel vers gras in het rantsoen stijgt tot gemiddeld 10% in 2020. Het aandeel graskuil en snijmais in het rantsoen dalen beide twee procentpunten. Het aandeel krachtvoer, en ook de overige bijproducten laten geen dalende lijn zien, deze blijven gelijk.

Jaartal2017201820192020
Vers gras [%]77810
Graskuil [%]37373635
Snijmaïs [%]25252423
Krachtvoer [%]26262626
Overige bijproducten [%]5556


Daling eiwit in krachtvoer

Het aandeel krachtvoer bleef weliswaar gelijk, al daalde het eiwitgehalte van het krachtvoer wel. Het ruw eiwitgehalte van het rantsoen is niet gedaald in deze periode, en zit in 2020 op 163 gr/kg ds. Dit komt omdat de eiwitgehaltes in de graskuilen, maar ook in de maiskuilen, stijgende zijn de laatste jaren. Door de schommelende ruw eiwitgehaltes in de rantsoenen is ook de verhouding RE/kVEM verschillend door de jaren. Voor het kengetal eiwit van eigen land is het wenselijk om een laag RE/kVEM te hebben. In 2020 is dit weer 164, op hetzelfde niveau als in 2017. Door het ruw eiwitgehalte van de rantsoenen te laten dalen kan ook de hoeveelheid eiwit per kVEM dalen, waardoor een hoger aandeel eiwit van eigen land kan worden gehaald.

Tot slot, wat nog opvalt is dat de RE-gehaltes in maiskuilen een continu stijgende trend laten zien.  In onderstaande tabel zijn de bemestingen, stikstofopbrengsten en bijbehorende eiwitgehaltes van zowel de gras- als maisoogst te zien. De stikstofbemesting op maisland is de laatste jaren zo’n 300 kilogram, en de geoogste eiwitgehaltes in de mais corresponderen met de eiwitgehaltes in de rantsoenen (let op: de geoogste maïs in bijvoorbeeld 2018 wordt grotendeels in het volgende jaar vervoederd). De stijgende lijnen in RE-gehaltes maisoogst (2017-2019) corresponderen met de RE-gehaltes voor maïs in het rantsoen (2018-2020).

De drie droge jaren hebben duidelijk hun effect gehad op het kengetal eiwit van eigen land. De cijfers laten zien dat de VKA boeren meer vers gras in de koe proberen te krijgen, al levert dit nóg niet de beoogde winst op. Het aandeel krachtvoer in de rantsoenen daalt nog niet. Het ruw eiwitgehalte in de rantsoenen laat nog geen duidelijk dalende trend zien, en dat geldt dus ook voor de RE/kVEM verhouding. De stikstofopbrengsten op het grasland zijn achteruit gegaan, en verklaren ook grotendeels de dalende scores op het kengetal eiwit van eigen land. De stikstofopbrengsten, en de eiwitgehaltes, van mais lijken vooral in de jaren 2019 en 2020 niet beïnvloed door de droogte.

In de volgende Praktijkflitsen gaan we dieper in op de KLW resultaten van de bemestingen en opbrengsten.