Analyse KringloopWijzers VKA: de stikstofkringloop

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin


In dit tweede artikel van de serie over de analyses van de KringloopWijzers worden de VKA- resultaten rondom de stikstofkringloop gepresenteerd. De VKA beschikt over ruim 250 leden die jaarlijks de KringloopWijzer aanleveren. Na een kwaliteitsselectie beschikt de VKA voor deze analysereeks over een dataset van 220 KringloopWijzers. De resultaten laten zien dat de VKA-bedrijven een lager RE-gehalte in het rantsoen hebben gerealiseerd in 2021, wat ook resulteerde in minder stikstofexcretie. Door het groeizame jaar scoren de bedrijven ook laag op het stikstofbodemoverschot


Stikstofkringloop van het gemiddelde VKA-bedrijf


In de infographic hieronder zijn schematisch de stikstofstromen op het melkveebedrijf weergegeven.

De kringloop op het bedrijf bestaat uit vier elementen;

  • het gewas
  • de veestapel
  • de mest die de koeien produceren
  • de bodem

De stikstofstromen tussen deze vier elementen zijn weergegeven met de oranje pijlen. De aanvoerbronnen van stikstof zoals (kracht)voer, kunstmest en stikstofbinding door vlinderbloemigen zijn aangegeven met de groene pijlen. De afvoerbronnen van stikstof uit de kringloop zijn de producten van het melkveebedrijf; melk en vlees, maar ook mestafzet.

De stikstof verlaat de kringloop ook via andere processen; het overschot aan stikstof in de bodem (wat kan resulteren in nitraatuitspoeling) en de emissie van stikstofverbindingen zoals ammoniak, lachgas en overige stikstofverbindingen.



Stikstof en ammoniak

De emissie van ammoniak op het melkveebedrijf kan onderverdeeld worden in vier categorieën. Deze categorieën en de resultaten van VKA in 2021 zijn weergegeven in infographic A.

Over de gehele periode 2017-2021 stijgt de netto ammoniakemissie per bedrijf licht. Over de laatste drie jaar is deze emissie wel het laagste in 2021, maar nog niet zo laag als het niveau van 2017. De ammoniakemissie per hectare heeft wel een constant dalende trend, met voor het eerst gemiddeld minder dan 55 kg ammoniak per hectare. De ammoniakemissie uitgedrukt per ton melk zit weer op het niveau van 2017, en is bijna onder de 3 kg ammoniak per ton melk. In tabel 2 kan de onderliggende data gevonden worden.




Stikstof en de veestapel

Een belangrijke maatregel om de stikstofverliezen via de mest (emissie van ammoniak) te verminderen is het optimaliseren van eiwitgehalte in het rantsoen. Hoe minder eiwit er in de koe gaat, hoe minder er aan de achterkant uit kan komen. Als daarbij de verhouding energie en eiwit in het rantsoen ook optimaal is dan kan de koe efficiënt met het voer omgaan.  

In het leerprogramma van de VKA zijn deze thema’s meermalig aan bod gekomen, en met resultaat. Vergeleken met 2020 heeft in 2021 82% van de deelnemers een lager RE-gehalte van het rantsoen gerealiseerd. Gemiddeld in de VKA is het RE-gehalte van het rantsoen in 2021 158 g/kg ds, vergeleken met 162 in 2020 en 165 in 2019. De verhouding eiwit tot energie is in 2021 160, vergeleken met 164 in 2020. Zowel het eiwitgehalte als de verhouding met energie is in 2021 het laagste van de afgelopen vijf jaar! Ook het krachtvoerverbruik is het laagste in 2021.  

In infographic B wordt dit allemaal schematisch weergegeven. De rantsoen- en excretiekengetallen over de afgelopen vijf jaar staan in tabel 3.

De stikstofefficiëntie van de veestapel is in 2021 het hoogste van de afgelopen jaren. Daarbij daalt ook het stikstofexcretie per koe. Welk deel van deze stikstof in de mest mogelijk kan vervluchtigen tot ammoniak wordt het aandeel TAN (Totaal Ammoniakaal Stikstof). Ook het aandeel TAN in de mest daalt. In conclusie betekent dit dat de bron voor ammoniakemissie uit de mest dalende is.





Stikstof en de bodem

Het zeer groeizame jaar 2021 heeft geresulteerd in goede resultaten voor het stikstofbodemoverschot. Het stikstofbodemoverschot is de resultante van de aanvoer van stikstof (voornamelijk bemesting) en afvoer van stikstof (voornamelijk oogst).

De resultaten voor de VKA bedrijven op zandgrond kan gevonden worden in tabel 4, en voor kleigrond in tabel 5.

De onderliggende data laten zien dat de drijfmestgift op grasland voor zowel klei- als zandgrond vrij constant is. De drijfmestgiften op maisland zijn in het jaar 2021 gedaald vergeleken met 2020.
De kunstmestgiften zijn op de zandgronden niet gedaald maar juist licht gestegen. Het stikstofbodemoverschot op zandgrond is echter het laagste ooit, en is gemiddeld onder de 100. 70% van de zandbedrijven scoort ook onder de gestelde maximale norm voor het stikstofbodemoverschot.