Achterhoekse bodemkwaliteit is goed op orde, beschikbare fosfaat daalt

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Er is in de Achterhoekse bodem voldoende bodemleven actief en ook de fosfaattoestanden en de pH-waarden zijn tot dit moment goed op orde. De bodemkwaliteit in de Achterhoek is dus voor een heel groot deel goed. Dit blijkt uit een recentelijk afgeronde analyse in het project ‘Locatiespecifiek maatwerk voor bodem- en waterkwaliteit’.

In dit project, dat in 2019 startte, heeft het Nutriënten Management Instituut (NMI), met medewerking van de vereniging Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA) en Waterschap Rijn en IJssel een uitgebreide data-analyse uitgevoerd op basis van beschikbare bodemanalyses van alle Achterhoekse percelen van de laatste 25 jaar.
Cijfers uit de KringloopWijzers van de bij de VKA aangesloten melkveehouders en de toepassing van de Open Bodem Index (OBI) maakten ook onderdeel uit van deze analyse. De onderzoekers stellen dat met dank aan het vakmanschap van de boeren goede stappen zijn gezet voor duurzaam bodembeheer.
Het project is gefinancierd door de VKA-partners provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel.

Stijging gehalte organische stof, beschikbare fosfaat daalt

Omdat er zorgen zijn over een dalende bodemvruchtbaarheid als gevolg van de gebruiksnormen, is heel gericht gekeken hoe het gehalte organische stof (OS), de fosfaatvoorraad en de fosfaatbeschikbaarheid in de bodem is veranderd over de afgelopen 25 jaar. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met grondsoort en landgebruik. Uit deze analyse blijkt dat het OS-gehalte op de meeste bedrijven gelijk blijft of zelfs stijgt. Ook de fosfaatvoorraden in de bodem zijn toegenomen.

Wel daalt de hoeveelheid direct beschikbare fosfaat, maar dit is geen probleem omdat de bodems steeds meer in de landbouwkundige toestand ‘voldoende’ terechtkomen. Bij hoge gewasproducties is de instandhouding van de bodemkwaliteit binnen het bedrijf een aandachtspunt; verdeel de mest dan zo dat de P-bodemtoestand over het hele bedrijf in orde blijft. Deze conclusies bevestigen dat agrarische ondernemers via een uitgekiende vruchtwisseling, gebruik van vanggewassen en groenbemesters en slim bodembeheer erin slagen om de jaarlijkse afbraak van organische stof te compenseren en deze zelfs op te bouwen.

Aandachtspunten

Aandachtspunten zijn er met name voor percelen met continue-mais en overig bouwland op het gebied van levering van stikstof en kalium. Droogte is in de hele Achterhoek een uitdaging.

Op basis van de analyse van de bedrijfsgegevens en de data uit agrarische meetnetten blijkt dat de belangrijkste knelpunten liggen rondom de het sluiten van de kringloop van fosfaat (lees: voorkom achteruitgang in bodemvruchtbaarheid en verhoog de benutting van meststoffen), het zorgen voor een goede bodemstructuur (lees: voorkom verdichting) en beschikbaarheid van water (lees: voorkom gewasschade door droogte). Hiervoor zijn concrete oplossingen op een rij gezet. Het gaat dan concreet om het werken aan organische stof en het bodemleven, aandacht voor gewasvolgorde en bouwplan, de waterhuishouding en bemesting en bekalking.

Zorg voor een goede bodem loopt via drie sporen:

•          Verdeel en heers: verbeter de kringloop op je bedrijf door bij de toepassing van drijfmest en compost rekening te houden met de natuurlijke capaciteit van bodems om nutriënten te leveren en te bufferen. Voorkom te hoge N-bemesting bij mais. Dit zorgt voor beter ruwvoer in het voorjaar, een snellere gewasgroei, een hogere benutting en de bodemvruchtbaarheid blijft op peil.

•          Verbeter het bindend vermogen van de bodem. Kijk eens wat vaker op je bodemanalyse, en los eventuele knelpunten op rondom de beschikbaarheid van zwavel, kalium en de zuurgraad. Zorg voor variatie in de aanvoer van organische stof om zo de rol van het bodemleven te versterken en het watervasthoudend vermogen te vergroten. Let wel, kwaliteit van organische stof is belangrijker dan hoeveelheid; in het grootste deel van de Achterhoek is het gehalte organische stof prima in orde.

•          Optimaliseer het teeltplan. Let bij de keuze van je maispercelen op het risico op afspoeling en uitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater. Via slimme vruchtwisseling met grasklaver en een deel permanent grasland is het mogelijk om het bodemleven te versterken, de opbrengst te verhogen en uitspoeling van nitraat te verminderen.

Generiek input verlagen geen nut in beperken van verliezen

Een generiek verdere verlaging van nutriënten heeft volgens de onderzoekers geen zin in het verminderen van verliezen. Hiervoor moet de oplossing vooral gezocht worden in maatwerk per bedrijf. Daarbij kan gedacht worden aan meer vruchtwisseling, variatie in organische stof-aanvoer of een betere verdeling van de bemesting binnen het bedrijf, met als resultaat een betere mestbenutting. 

Werken aan schoon en voldoende water

Er zijn in de Achterhoek nog uitdagingen om de waterkwaliteit te verbeteren en nitraatuitspoeling te verminderen. Om hier meer duidelijkheid over te krijgen is voor alle percelen in de Achterhoek in kaart gebracht welke kansen er liggen om de bodem zo te verbeteren dat de waterkwaliteit beter wordt. Op de meeste bedrijven kan er nog gestuurd worden op slimme bemestingstechnieken om de mest op de juiste plek, op het juiste moment, en met de juiste gift toe te dienen.

Als er een grote opgave ligt voor fosfaat dan zijn vaak maatregelen nodig die oppervlakkige afspoeling en ondiepe uitspoeling remmen door bijvoorbeeld het moment van bemesten en de mesthoeveelheid. Water vasthouden en zorgen voor voldoende aanvulling van het grondwater is op veel bedrijven nodig om zo de gevolgen van droge zomers te verminderen. Maatwerk is cruciaal. Het is daarom aan te bevelen om te sturen op doelen in plaats van middelen, en ondernemers de mogelijkheid te bieden om zelf maatwerkpakketten samen te stellen.

In de onlangs ingediende zienswijze op het 7e Actieprogramma Nitraat van de VKA samen met Groeikracht en agro-innovatiecentrum De Marke is daarom ook gevraagd om een bedrijfsspecifieke oplossing en maatwerk aan te geven. Met de aangedragen oplossing voor de drie partijen wordt dierlijke mestnormen gekoppeld aan de generieke fosfaatgebruiksnormen en zijn zo indirect opbrengst-gerelateerd en dus bedrijfsspecifiek.
Voor alle landbouwgrond wordt in het voorstel dezelfde systematiek toegepast met als gevolg: minder regels en uitzonderingen.

In de BES-pilot, waaraan twintig VKA-leden meedoen, wordt geëxperimenteerd met bemesting die is afgestemd op het opbrengend vermogen van de grond en gaat dus uit van bedrijfseigen bemestingsnormen.

Heeft samenwerken met de VKA zin?

Boeren die samenwerken binnen de VKA inspireren elkaar en stimuleren tot het nemen van bijvoorbeeld maatregelen om de ruwvoerteelt te verduurzamen. Kijkend naar de huidige bemestingspraktijk op bedrijfsniveau blijken de verschillen tussen bedrijven die deelnemen aan de VKA en bedrijven die niet deelnemen beperkt. De verschillen worden niet zozeer zichtbaar in de hoeveelheid bemesting, maar juist in de aandacht voor een betere bodem en de inzet van de juiste meststoffen binnen het bedrijf. Inzet van de juiste maatregelen op de juiste plek; daar leren boeren van elkaar. Omgevingsfactoren als grondsoort, grondwatertrap en de locatie van het bedrijf zijn daarin sterk sturend. Dit betekent ook dat de opgedane ervaringen binnen de VKA breed uitrolbaar zijn.

De VKA-leden hebben volgens de onderzoekers laten zien dat er veel kansen liggen om via goed bodembeheer en via maatwerkoplossingen bij te dragen aan een duurzame ruwvoerteelt. Een teelt waarbij de bodemkwaliteit ook voor de toekomst behouden blijft, en waarbij de verliezen van stikstof en fosfaat beperkt worden. Maatwerk in oplossingen staat centraal. De VKA laat zien dat op basis van feiten en vakmanschap gericht gestuurd kan worden op een positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit en kringlooplandbouw.

Samenvatting

Samen met betrokken boeren, onderzoekers en beleidsmakers heeft de VKA zich het afgelopen jaar zich ingegraven in de beschikbare bodem- en mestdata van de Achterhoek. Ze heeft laten zien dat er veel kansen liggen om via goed bodembeheer en via maatwerkoplossingen bij te dragen aan een duurzame ruwvoerteelt.
Een teelt waarbij de bodemkwaliteit ook voor de toekomst behouden blijft, en waarbij de verliezen van stikstof en fosfaat beperkt worden. Maatwerk in oplossingen staat centraal. Concreet is dat vertaald in adviezen voor bodembeheer, mestverdeling en graslandmanagement. De VKA laat hiermee zien dat op basis van feiten gericht gestuurd kan worden op een positieve bijdrage aan de omgevingskwaliteit.


In dit samenwerkingstraject zijn vijf rapporten gepubliceerd:

•          Fujita Y & GH Ros (2021). Locatie Specifiek Maatwerk voor Water- en Bodemkwaliteit; Deel 1. Een gebiedsanalyse van de Achterhoek, Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, Rapport 1761.N.20.1, 36 pp.

•          Ros GH, Bussink DW & Y Fujita (2021). Locatie Specifiek Maatwerk voor Water- en Bodemkwaliteit; Deel 2. De impact van bodem op ruwvoerproductie en mineralenbenutting. Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, Rapport 1761.N.20.2, 43 pp.

•          Fujita Y & GH Ros (2020). Locatie Specifiek Maatwerk voor Water- en Bodemkwaliteit. Deel 3. Tijdreeks-analyse van organische stof en fosfaat in de Achterhoek. Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, Rapport 1761.N.20.3, 18 pp.

•          Ros GH, Kros H & Y Fujita (2021). Locatie Specifiek Maatwerk voor Water- en Bodemkwaliteit; Deel 4. Inzicht in ruimtelijke variatie bemestingspraktijk. Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, Rapport 1761.N.20.4, 18 pp.

•          Ros GH & Y Fujita (2021). Locatie Specifiek Maatwerk voor Water- en Bodemkwaliteit; Deel 5. Op data gebaseerd handelingsperspectief. Nutriënten Management Instituut BV, Wageningen, Rapport 1761.N.20.5, 34 pp.

Achtergrond project

Om in de Achterhoek een verbeterslag uit te voeren op het gebied van bodemkwaliteit, duurzame landbouwproductie en waterkwaliteit is in 2019 het project ‘Locatie Specifiek Maatwerk in Bodem- en Waterbeheer’ gestart, in samenwerking met VKA en het waterschap Rijn en IJssel.
Dit project heeft inzicht gebracht in de trend, toestand en waardering van landbouwbodems, bemestingspraktijk, en risico op verliezen van stikstof en fosfor naar het watersysteem. Dit inzicht is vertaald naar concreet handelingsperspectief voor individuele bedrijven die kunnen worden ingezet om de waterkwaliteit te verbeteren.

Gerard H. Ros en Yuki Fujita